ECLI:NL:PHR:1997:ZK0235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over medeplegen bij overtredingen en afwezigheid van alle schuld
In deze zaak heeft het gerechtshof te Amsterdam verdachte veroordeeld wegens medeplegen van een overtreding van een voorschrift krachtens artikel 93 van Pro de Wet op de Bedrijfsorganisatie. Verdachte had via bemiddeling een partij bloembollen gekocht, opdracht gegeven tot verpakking en opslag, maar zelf geen controle uitgeoefend op de geleverde goederen.
De Hoge Raad oordeelt dat voor medeplegen van overtredingen slechts opzet op samenwerking vereist is, niet dubbelopzet zoals bij opzetdelicten. De bewijsmiddelen tonen aan dat verdachte bewust samenwerkte met anderen bij de overtreding. Het hof heeft terecht geoordeeld dat afwezigheid van alle schuld niet aannemelijk is omdat verdachte geen redelijke maatregelen nam om de overtreding te voorkomen, zoals het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Het beroep van verdachte op het ontbreken van dubbelopzet en op afwezigheid van alle schuld wordt verworpen. De Hoge Raad concludeert dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd en het vonnis voldoende gemotiveerd is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens medeplegen van een overtreding blijft in stand.