Conclusie
’5.3 De kantonrechter heeft onweersproken vastgesteld dat de bestaande verdeelsleutel geen reële, objectieve maatstaf vormt. Gebleken is echter dat partijen niet in onderling overleg tot een andere maatstaf kunnen komen.
6.6 Als grond voor verwerking van het recht van [verzoekers] om de deugdelijkheid van de taxatie door [de makelaar] aan te vechten heeft de kantonrechter onder meer genoemd, dat [verzoekers] niet heeft willen meewerken aan de aanwijzing van een makelaar en aan de totstandkoming van diens taxatie. Voorts heeft de kantonrechter gewezen op de houding van [verzoekers] ten opzichte van de problematiek van de verdeelsleutel vanaf 1991.
in redelijkheidniet tot zijn taxatie had kunnen komen.