ECLI:NL:PHR:1998:AA2439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over bate uit inkoop certificaten met vruchtgebruik
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden over de fiscale behandeling van de verkoop van certificaten van aandelen met vruchtgebruik. De belanghebbende had het levenslange vruchtgebruik van certificaten verkregen en verkocht samen met haar kinderen een deel van de volle eigendom van deze certificaten aan de Stichting, waarna de Stichting de aandelen aan de BV verkocht en deze later introk.
De belanghebbende stelde dat de verkoop een onbelaste vermogenstransactie was, terwijl de Inspecteur van mening was dat sprake was van een belastbare bate onder art. 24 of Pro art. 31 Wet Pro IB 1964. Het hof oordeelde in het voordeel van de belanghebbende en kwalificeerde de transactie als onbelast.
De Hoge Raad analyseerde de positie van de certificaten, het recht van vruchtgebruik en de bijzondere fiscale behandeling van inkoop van aandelen door de vennootschap. Gelet op de jurisprudentie en literatuur concludeerde de Hoge Raad dat de belanghebbende een bate onder art. 24 Wet Pro IB 1964 heeft genoten. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en bevestigde het standpunt van de Inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bevestigt dat de belanghebbende een belastbare bate onder art. 24 Wet IB 1964 heeft genoten.