ECLI:NL:PHR:1998:AA2528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kwalificatie schadeloosstelling directeur-grootaandeelhouder en toepassing bijzonder tarief inkomstenbelasting
De zaak betreft twee cassatieberoepen tegen uitspraken van het Hof Arnhem over de fiscale behandeling van een schadeloosstelling van ƒ 155.000,- aan X, directeur-grootaandeelhouder van Holding B.V. De kernvraag was of deze uitkering moest worden aangemerkt als een uitdeling van winst (dividend) of als een vergoeding voor gederfde inkomsten uit dienstbetrekking, en of het bijzondere tarief van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing is.
X ging vrijwillig met pensioen op 63-jarige leeftijd, waarbij hij een pensioen ontving en tevens een schadeloosstelling wegens vermeende derving van inkomsten. Het Hof oordeelde dat de schadeloosstelling uitsluitend in hoedanigheid van aandeelhouder was toegekend en derhalve niet onder het bijzondere tarief viel. De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de feiten en motieven achter de schadeloosstelling en dat de motivering van het oordeel onvoldoende is.
De Hoge Raad benadrukt dat bij de beoordeling moet worden gekeken naar het oogmerk van de uitkering, het bewustzijn van bevoordeling als aandeelhouder, en de totale arbeidsbeloning. Tevens wijst de Hoge Raad op eerdere jurisprudentie over de scheiding tussen loon en dividend en de toepassing van het bijzondere tarief. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.