ECLI:NL:PHR:1998:AA2563
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing remittance clausule op winst uit aanmerkelijk belang in belastingverdrag Nederland-VK
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting over winst uit aanmerkelijk belang behaald door een in het Verenigd Koninkrijk wonende, non-domiciled belastingplichtige.
De erflater verkocht aandelen met een aanmerkelijk belang en behaalde een winst die niet naar het Verenigd Koninkrijk werd overgemaakt en daar niet werd belast. Het geschil betrof de uitleg van art. 27 lid 1 van Pro het belastingverdrag Nederland-VK uit 1980, de zogenaamde remittance clausule, die bepaalt dat belastingvermindering in Nederland slechts geldt voor zover inkomsten naar het VK zijn overgemaakt.
Het hof had geoordeeld dat deze clausule ook van toepassing is op vermogenswinsten zoals de winst uit aanmerkelijk belang. De Procureur-Generaal betoogt dat het woord 'inkomsten' in die bepaling beperkt moet worden uitgelegd tot lopende opbrengsten en niet tot vermogenswinsten, mede gelet op het verschil in terminologie binnen het verdrag en de wet.
De Hoge Raad volgt dit betoog en concludeert tot vernietiging van het hofarrest en vermindering van de aanslag tot het bedrag dat overeenkomt met de winst minus de niet-belaste vermogenswinst. Hiermee wordt bevestigd dat de remittance clausule niet van toepassing is op vermogenswinsten uit aanmerkelijk belang.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag omdat de remittance clausule niet van toepassing is op vermogenswinsten uit aanmerkelijk belang.