ECLI:NL:PHR:1998:AA2600
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing foutenleer bij winstbepaling en indexatieverlies in inkomstenbelasting
De zaak betreft een landbouwer die grond verkocht onder een erfpachtrecht en de vraag of hij voor de inkomstenbelasting 1989 een afschrijving op het recht van erfpacht ten laste van zijn winst mocht brengen. Na eerdere procedures verwees de Hoge Raad het geschil terug naar het Hof, dat vervolgens besliste over de juiste toepassing van de foutenleer en de toerekening van kosten en indexatieverlies.
De foutenleer houdt in dat fouten in de winstbepaling in het jaar van ontdekking moeten worden hersteld, tenzij navordering of vrijwillige betaling van gewetensgeld mogelijk is, of de inspecteur ambtshalve vermindert. Het Hof stelde dat de inspecteur bereid was de aanslag premieheffing 1988 ambtshalve te verminderen, maar dat deze bereidverklaring te vaag was, waardoor de correctie moest plaatsvinden in het oudste openstaande jaar, 1989.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het Hof en stelde dat de toezegging van de inspecteur voldoende concreet was, waardoor de correctie niet in 1989, maar ambtshalve in 1988 moest plaatsvinden. De winst over 1989 moest worden aangepast met het indexatieverlies en correcties op meewerkaftrek en dotatie oudedagsreserve. De Hoge Raad benadrukte het belang van het juiste jaar van toerekening en de voorwaarden waaronder de foutenleer wordt toegepast.
De uitspraak bevat uitgebreide jurisprudentie over de foutenleer, balanscontinuïteit en de voorwaarden voor herstel van fouten in fiscale winstbepaling, waarbij ook literatuur en eerdere arresten worden besproken. De Hoge Raad verduidelijkt dat de foutenleer afhankelijk is van de bereidheid tot ambtshalve vermindering of betaling van gewetensgeld en dat de belastingplichtige niet mag worden benadeeld door onduidelijke toezeggingen van de inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en bepaalt dat correctie van fouten in de winstbepaling en toerekening van kosten en indexatieverlies aan het juiste jaar moet plaatsvinden met ambtshalve vermindering van de aanslag 1988.