Conclusie
eerstemiddel bevat de klacht dat de bewezenverklaring onder 1 onvoldoende met redenen is omkleed. Daartoe wordt in de toelichting op het middel aangevoerd dat er geen sprake is geweest van ‘’dwingen’’ in de zin van art. 246 Sr Pro, omdat bij verdachte geen (voorwaardelijk) opzet bestond om het slachtoffer tegen haar wil de bewezenverklaarde handelingen te laten ondergaan.
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring onder 2 onvoldoende met redenen heeft omkleed.
derdemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring onder 2 (het middel heeft het abusievelijk over 3) onvoldoende met redenen heeft omkleed, nu uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verzoeker er weet van had dat het slachtoffer niet wilde.
vierdemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring onder 4 onvoldoende met redenen heeft omkleed, nu verzoeker niet wist en niet kon weten dat [benadeelde 3] niet wilde.
vijfdemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het uitvoeren van seksuele handelingen tijdens een rijles en op het moment dat de slachtoffers bezig waren een auto te besturen ‘’andere feitelijkheden’’ oplevert in de zin van art. 246 Sr Pro.