ECLI:NL:PHR:1999:AA1060
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezagswijziging en omgangsregeling in internationaal familierechtelijke zaak
De zaak betreft een geschil tussen ouders over gezag en omgang met hun zoon, waarbij internationale aspecten spelen door verhuizing van de moeder en zoon van Nederland naar Duitsland en terug.
De moeder kreeg het gezag en omgangsregelingen werden vastgesteld in Nederland en later in Duitsland, waar dwangsommen werden opgelegd wegens niet-nakoming. De moeder weigerde medewerking, wat leidde tot verzoeken van de vader in Nederland om gezagswijziging en begeleiding van omgangsbezoeken.
De Nederlandse rechtbank wees deze verzoeken af, mede vanwege de vertrouwensbreuk tussen zoon en vader en de negatieve houding van de moeder. Het hof vernietigde het verbod op omgang, maar wees het gezagsverzoek af omdat wijziging niet in het belang van de zoon was.
De Hoge Raad oordeelde dat het Kinderbeschermingsverdrag niet verplicht tot erkenning of uitvoering van Duitse maatregelen zonder kennisgeving, en dat voorbereidingen zoals het inwinnen van een deskundigenbericht geen maatregelen in de zin van het verdrag zijn. Het beroep van de vader werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen; de Nederlandse rechter is niet gehouden Duitse maatregelen zonder kennisgeving te erkennen of uit te voeren.