ECLI:NL:PHR:1999:AA1061
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken grieven in beroepschrift
Deze zaak betreft een procedure tot terugvordering van kosten van bijstand door de gemeente Groningen aan verzoekster. Verzoekster ontving vanaf november 1993 een uitkering voor een éénoudergezin, met de verplichting om relevante wijzigingen onverwijld schriftelijk te melden. De gemeente vorderde in oktober 1996 terugbetaling van bijstand over de periode april tot oktober 1995, omdat verzoekster en haar echtgenoot volgens de gemeente in die periode samenwoonden en verzoekster niet had gemeld dat de echtscheidingsprocedure was ingetrokken.
De kantonrechter stelde vast dat verzoekster het bedrag van f 12.604,58 aan de gemeente verschuldigd was. Verzoekster stelde hoger beroep in bij de rechtbank Groningen en betwistte de samenwoning in de terugvorderingsperiode. De rechtbank verklaarde haar echter niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het beroepschrift geen grieven bevatte, mede omdat de raadsman tijdens de mondelinge behandeling had aangegeven nog geen gronden te kunnen aanvoeren.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroepschrift wel degelijk een grief bevat, namelijk de ontkenning van samenwoning, die het hart van het geschil raakt. De rechtbank had niet zonder meer mogen afgaan op de verklaring van de raadsman en had moeten beoordelen of het beroepschrift begrijpelijk grieven bevatte. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak naar het hof Leeuwarden voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en verwijst de zaak naar het hof Leeuwarden.