ECLI:NL:PHR:1999:AA2674
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid onderhoudskosten bij verhuur monumentenpand en huurprijszakelijkheid
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over de aftrekbaarheid van onderhoudskosten voor een monumentenpand en de zakelijkheid van de huurprijs.
De belanghebbende had een deel van een monumentenpand gekocht en de tweede etage verbouwd na beëindiging van de verhuur. Het hof had de helft van de verbouwingskosten als onderhoudskosten aangemerkt en deze in aftrek toegelaten. De Staatssecretaris stelde dat de huurprijs van ƒ 600 per maand onzakelijk laag was ten opzichte van de economische huurwaarde van ƒ 1.500, wat gevolgen zou hebben voor de aftrekbaarheid.
De Hoge Raad oordeelt dat de beoordeling van zakelijkheid van de huurprijs moet plaatsvinden op basis van de situatie in het betreffende jaar, hier 1991, en dat het hof terecht had geoordeeld dat de huurprijs zakelijk was. Ook het betoog dat de situatie in latere jaren meegewogen moest worden, faalt. De motivering van het hof dat de huurster mede vanwege haar deelname aan verbouwingswerkzaamheden een lagere huur betaalde, wordt bevestigd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.