ECLI:NL:PHR:1999:AA2706
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in zaak over niet tijdig doen van uitspraak op bezwaarschrift belastingzaken
De zaak betreft een cassatieberoep van een belanghebbende tegen het arrest van het Hof Leeuwarden van 23 mei 1997, waarin het Hof het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaarde. De Inspecteur had de belanghebbende op 15 maart 1995 uitgenodigd tot betaling van invoerrechten, accijns en omzetbelasting wegens vermeende fraude.
De Inspecteur had met toestemming van de Staatssecretaris de termijn voor uitspraak op het bezwaarschrift verdagen. De belanghebbende diende daarop een beroep in bij het Hof wegens het niet tijdig doen van uitspraak. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur aan de wettelijke vereisten had voldaan en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad stelt dat het Hof miskend heeft dat de belanghebbende bij indiening van het beroep redelijkerwijs kon menen dat de termijn was overschreden, omdat zij niet wist dat de uitspraak was verdaagd. Daarom had het Hof de belanghebbende in haar beroep moeten ontvangen. Omdat de inhoud van de uitspraak op het bezwaar onbekend is, wijst de Hoge Raad de zaak terug naar het Hof Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.