ECLI:NL:PHR:1999:AA2749
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid rentekosten lening in vreemde valuta bij vennootschapsbelasting
De zaak betreft een beroep in cassatie van X N.V. tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over de vennootschapsbelasting 1993. X N.V. had een lening in Spaanse peseta's afgesloten om aandelen in een Spaanse vennootschap te kopen. De lening droeg een rente van 8,35%, lager dan de marktrente, en er was in 1993 geen rente betaald. Het geschil betrof primair of de winst uit hoofde van de lening belast was en subsidiair of een deel van de rentekosten in mindering gebracht kon worden.
Het hof oordeelde dat de rentekosten aftrekbaar waren, maar verwierp het standpunt van belanghebbende dat een valutacomponent van de rente niet als kosten maar als belastbare koerswinst moest worden beschouwd. De Hoge Raad bevestigt dat de rentevergoeding niet gesplitst kan worden in een valutacomponent en andere componenten, en dat het niet aan de rechter maar aan de wetgever is om een dergelijke splitsing te regelen.
De middelen van cassatie richten zich op de uitleg van artikel 13 lid 1 Wet Pro op de vennootschapsbelasting 1969 en de vraag of een rente-excedent verband houdt met belastbare valutawinst. De Hoge Raad oordeelt dat de tekst en geschiedenis van de wet dit niet ondersteunen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd; rentekosten op de lening in vreemde valuta zijn niet gesplitst en aftrek van een valutacomponent wordt afgewezen.