ECLI:NL:PHR:1999:AA2789
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over fiscale kwalificatie van B Plan als levensverzekering
De zaak betreft een fiscale procedure over de kwalificatie van het zogeheten B Plan, waarbij de belanghebbende jaarlijks betalingen deed op een rekening van zijn gemachtigde, met uitkering aan hemzelf of erfgenamen.
Het hof oordeelde dat het B Plan geen overeenkomst van levensverzekering was omdat geen zeker risico werd overgedragen en de belanghebbende slechts recht had op terugbetaling van de ingelegde bedragen plus revenuen, minus kosten.
De belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel, met twee middelen: een rechtsklacht over de uitleg van het begrip levensverzekering en een motiveringsklacht over de zeggenschap over de ingelegde gelden.
De Hoge Raad verwierp het eerste middel maar achtte het tweede middel gegrond, omdat het hof ten onrechte had aangenomen dat de belanghebbende de zeggenschap over de ingelegde gelden behield terwijl de rekening op naam van de gemachtigde stond.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en de uitspraak van de inspecteur en stelde vast dat de aanslag verminderd moest worden tot een belastbaar inkomen van ƒ 99.012,-, waarmee de zaak werd afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1993 tot een belastbaar inkomen van ƒ 99.012,-.