ECLI:NL:PHR:1999:AA3365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie bij echtscheiding en draagkrachtvaststelling
Partijen zijn in 1992 gehuwd en in 1996 gescheiden. De man werd veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie en partneralimentatie, laatstgenoemde aanvankelijk vastgesteld op f 2.000,- en later op f 3.000,- per maand.
De man verzocht in 1997 om verlaging van de alimentatie wegens vermeende draagkrachtvermindering door invering op zijn vermogen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna het hof de partneralimentatie matigde tot f 2.250,- per maand vanaf 1 oktober 1997.
De vrouw stelde cassatie in tegen deze wijziging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onduidelijk heeft gemotiveerd waarom het de door de man daadwerkelijk betaalde alimentatie niet heeft meegerekend als beschikbare middelen, terwijl het hof wel uitging van privé-uitgaven als indicatie van draagkracht. Dit leidde tot vernietiging van het arrest en verwijzing naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de ingangsdatum van de wijziging per 1 oktober 1997 toelaatbaar is, en dat het hof de fiscale voordelen van alimentatiebetaling juist heeft betrokken bij de draagkrachtberekening. De zaak wordt terugverwezen voor een zorgvuldige herbeoordeling van de draagkracht en alimentatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de partneralimentatie.