ECLI:NL:PHR:1999:AA3372
Parket bij de Hoge Raad
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad wegens lidmaatschap Raad van Toezicht Schadeverzekeringsbedrijf
Verzoeker stelde een wrakingsverzoek in tegen twee leden van de Hoge Raad op grond van hun lidmaatschap van de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf en de honorering die zij daarvoor ontvingen. De Raad van Toezicht is een privaatrechtelijk klachteninstituut, gefinancierd door het Verbond van Verzekeraars, dat klachten tegen verzekeraars beoordeelt.
De Hoge Raad onderzocht of het lidmaatschap en de honorering aanleiding geven tot twijfel aan de onpartijdigheid van de rechters. De objectieve maatstaf van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd toegepast, waarbij werd vastgesteld dat het lidmaatschap geen bestuursfunctie of commissariaat betreft en dat de rechters onafhankelijk optreden. De honorering werd als zakelijk beschouwd en onvoldoende om vooringenomenheid te vermoeden.
De Hoge Raad concludeerde dat de indirecte financiële relatie tussen de verzekeraar en de Raad van Toezicht niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de Hoge Raad wegens hun lidmaatschap en honorering van de Raad van Toezicht Schadeverzekeringsbedrijf wordt ongegrond verklaard.