ECLI:NL:PHR:1999:AA3817
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over inbeslagneming journalistiek beeldmateriaal en recht op vrije nieuwsgaring
De rechtbank Amsterdam had een klaagschrift gegrond verklaard tegen de inbeslagneming van beeldmateriaal van ongeregeldheden op 14 december 1998, vanwege schending van het recht op vrije nieuwsgaring en onvoldoende belangenafweging. De Hoge Raad herzag deze beoordeling en stelde dat het recht op vrije nieuwsgaring niet automatisch wordt geschonden door inbeslagneming van beeldmateriaal, zolang publicatie niet wordt verhinderd.
De Hoge Raad verwees uitgebreid naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en vergelijkbare nationale wetgeving in Duitsland en Frankrijk, waarin het journalistiek verschoningsrecht en de bescherming van bronnen centraal staan. Het arrest benadrukt dat het journalistiek privilege niet zo ver reikt dat ook in de openbare ruimte verzameld beeldmateriaal volledig beschermd is tegen inbeslagneming.
De Hoge Raad concludeert dat het belang van de strafvordering bij ernstige misdrijven, zoals openlijke geweldpleging en poging tot zware mishandeling tijdens de ongeregeldheden, zwaarder weegt dan het belang van vrije nieuwsgaring. De rechtbank had onvoldoende vastgesteld dat door de inbeslagneming het recht op vrije nieuwsgaring was geschonden. Het beroep van verzoekster wordt daarom verworpen en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat het klaagschrift gegrond verklaart en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof.