ECLI:NL:PHR:1999:AA3862
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale kwalificatie van verkoop kapitaalverzekering met lijfrenteclausule
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over de fiscale kwalificatie van een verkoop van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. De belanghebbende had de polis verkocht aan een koper die de koopsom niet direct betaalde, maar dit bedrag opeisbaar stelde zodra de afkoopsom van de polis werd uitbetaald. De notaris ontving de afkoopsom en betaalde deze vervolgens aan verschillende partijen, waaronder de belanghebbende.
Het hof oordeelde dat de koopovereenkomst niet als een schijntransactie kon worden aangemerkt, maar dat de verkoop en afkoop fiscaal als één transactie moesten worden gezien. De staatssecretaris stelde in cassatie dat sprake was van fiscale herkwalificatie, waarbij de economische werkelijkheid anders moest worden beoordeeld dan de civielrechtelijke kwalificatie.
De Hoge Raad overwoog dat de beoordeling van fiscale kwalificatie in cassatie in beginsel beperkt is tot toetsing van de motivering van het hof en dat feitelijke waarderingen slechts kunnen worden vernietigd als zij onmogelijk zijn. Omdat het cassatieberoep geen concrete klachten tegen de motivering van het hof bevatte, concludeerde de Hoge Raad tot verwerping van het beroep.
Hiermee blijft het oordeel van het hof dat de verkoop van de polis niet als schijntransactie kwalificeert en dat de fiscale kwalificatie van de transactie zoals door het hof gegeven correct is, ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat de verkoop van de kapitaalverzekering niet als schijntransactie kwalificeert.