ECLI:NL:PHR:1999:AA3876

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C98/139HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 6:234 BWArt. 3:51 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest en verwijzing in zaak over vernietiging algemene voorwaarden

In deze zaak stond de vraag centraal of eiser zich terecht kon beroepen op de vernietigingsgrond van artikel 6:233 onder Pro b in verbinding met artikel 6:234 BW Pro betreffende algemene voorwaarden. Het hof had geoordeeld dat het niet relevant was dat de voorwaarden niet aan eiser waren toegezonden en dat de orderbevestiging niet aangaf hoe eiser van de inhoud kennis kon nemen, omdat eiser geen vernietiging van enig beding vorderde.

De Procureur-Generaal stelde in zijn conclusie dat het hof onjuiste rechtsopvattingen had gehanteerd. Zo zou het hof ten onrechte hebben verondersteld dat een beroep op de vernietigingsgrond alleen kan worden gedaan via een reconventionele vordering, terwijl artikel 3:51 lid 3 BW Pro duidelijk maakt dat een beroep op vernietiging te allen tijde kan worden gedaan ter afwering van een vordering.

Daarnaast wees de conclusie erop dat het hof onjuist had geoordeeld dat het beroep op vernietiging slechts betrekking kan hebben op specifieke bedingen en niet op het gehele stel algemene voorwaarden. De Hoge Raad stelde daarom voor het bestreden arrest te vernietigen en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor verdere behandeling.

Conclusie

Mr. Hartkamp
Conclusie inzake
nr. C 98/139
[Eiser]
Zitting 1 oktober 1999
Tegen
Makelaardij [verweerster] B.V.
Edelhoogachtbaar College,
Voor de in cassatie relevante feiten verwijs ik naar
r.o. 4.1 van 's hofs (tijdig) in cassatie bestreden
arrest van 22 januari 1998. Het procesverloop wordt
aldaar kort beschreven in de r.o. 4.2 en 4.3.
In r.o. 4.5, laatste zin, heeft het hof overwogen:
"De omstandigheid dat de voorwaarden niet aan
[eiser] zijn toegezonden en dat de orderbevesti-
ging niet aangeeft op welke wijze [eiser] van de
inhoud van de voorwaarden kennis kan nemen, is
eveneens irrelevant, nu [eiser] geen vernieti-
ging van enig beding in de voorwaarden vordert."
Het uit drie klachten bestaande, schriftelijk toegelichte1
cassatiemiddel wordt m.i. terecht voorgesteld.
Zou het hof hebben bedoeld dat [eiser] zich niet op
de vernietigingsgrond van art. 6:233 onder Pro b in verbin-
ding met art. 6:234 heeft Pro beroepen, dan zou zulks in het
licht van de in de tweede klacht aangegeven passages in
de gedingstukken (zie ook memorie van antwoord in inci-
denteel appèl onder 8 en 9) onbegrijpelijk zijn.
Zou het hof hebben gemeend dat voor een dergelijk
beroep een (reconventionele) vordering nodig is, dan zou
dat, zoals de eerste klacht terecht aanvoert, blijk geven
van een onjuiste rechtsopvatting; vgl. art. 3:51 lid 3 BW Pro
en Asser-Hartkamp 4-II (1997), nr. 472. Zoals uit die be-
paling blijkt, kan een beroep in rechte op een vernieti-
gingsgrond te allen tijde worden gedaan ter afwering van
een op de rechtshandeling steunende vordering; wanneer de
rechter dat beroep aanvaardt, wordt daardoor de rechts-
handeling (in dit geval: de algemene voorwaarden) vernie-
tigd. Vgl. ook HR 5 febr. 1999, RvdW 1999, 27 (r.o. 3.4).
Zou het hof hebben gemeend dat een beroep op de voormelde vernietigingsgrond alleen één of meer specifieke bedingen
in algemene voorwaarden kan betreffen, en niet het gehele
stel algemene voorwaarden, dan zou ook dat B zoals de
derde klacht terecht aanvoert - blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting; zie Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1583 en 1584/5, Jongeneel, in Praktijkhandleiding algemene voorwaarden
(1995), p. 25 e.v., Mon. NBW B-55 (Hijma), nr. 44 (p. 62),
Asser-Hartkamp 4-II (1997), nr. 353a.
Conclusie
De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
(Advocaat-Generaal)
1Tegen de verweerster in cassatie is verstek verleend.