ECLI:NL:PHR:1999:AA4006
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over terugvordering bijstand na onjuiste informatieverstrekking over vrijgegeven vermogensbestanddelen
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Waterland en een bijstandontvanger over de terugvordering van bijstand die werd verstrekt terwijl de ontvanger niet had gemeld dat beslaggenomen goederen waren vrijgegeven.
De bijstandontvanger ontving vanaf mei 1993 een uitkering op grond van de oude Algemene Bijstandswet (ABW). Tijdens de bijstandverlening waren diverse vermogensbestanddelen, waaronder auto's en een speedboot, in beslag genomen door Justitie. Deze goederen werden in de zomer van 1994 vrijgegeven, maar de ontvanger gaf dit niet door aan de Gemeente.
De Gemeente vorderde terugbetaling van de bijstand over de periode 1993-1994 op grond van art. 57 sub d en Pro art. 58 lid 2 ABW Pro (oud). De rechtbank wees de vordering af omdat de Gemeente volgens haar voldoende op de hoogte was en de waarde van de goederen had kunnen bepalen. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat terugvordering op grond van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking mogelijk is vanaf het moment van teruggave van de goederen, ook als de Gemeente eerder op de hoogte was van het beslag.
De Hoge Raad benadrukt dat de Gemeente niet verplicht is de waarde van de goederen zelfstandig te bepalen en dat de ontvanger van bijstand verplicht is alle relevante informatie te verstrekken. De terugvordering kan op grond van art. 57 sub d ABW Pro (oud) plaatsvinden over de periode waarin onjuiste informatie is verstrekt, en op grond van art. 58 lid 2 ABW Pro (oud) voor de periode daarvoor.
De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en bepaalt dat terugvordering van bijstand mogelijk is vanaf het moment dat onjuiste of onvolledige informatie over vrijgegeven vermogensbestanddelen is verstrekt.