ECLI:NL:PHR:1999:AA4066
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen heffingsrente bij naheffing ter correctie onterechte teruggaaf omzetbelasting
De zaak betreft een geschil over de heffingsrente die is berekend bij een naheffingsaanslag omzetbelasting over 1992. De belanghebbende had aanvankelijk te veel omzetbelasting aangegeven en betaald, waarna een naheffing werd opgelegd ter correctie van een ten onrechte verleende teruggaaf. De Inspecteur had daarnaast heffingsrente berekend over de periode vanaf 1 januari 1993 tot de dag van naheffing.
Het gerechtshof oordeelde dat de heffingsrente in dit geval niet verschuldigd was omdat de naheffing betrekking had op een ambtshalve verleende teruggaaf en de belanghebbende over het eerste kwartaal van 1992 de belasting wettelijk verschuldigd had aangegeven. De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden en dat heffingsrente wel verschuldigd was volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat geen heffingsrente kan worden geheven bij een naheffing ter correctie van een onterechte teruggaaf. De Raad benadrukt dat de wettelijke regeling van art. 30a AWR limitatief is en heffingsrente alleen kan worden berekend in de specifieke gevallen die daarin zijn genoemd. De klachten van de Staatssecretaris worden verworpen, en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat geen heffingsrente verschuldigd is bij naheffing ter correctie van een onterechte teruggaaf omzetbelasting.