Conclusie
eerstemiddel, dat klaagt over deze overweging, is tevergeefs voorgesteld. Het stelt de vraag welke verweren dan nog wel mogen worden gevoerd in een ontnemingsprocedure. Het antwoord lijkt mij duidelijk: verweren die de ontneming van het wederrechtelijk voordeel betreffen, zoals de hoogte van het bedrag en de voorschriften die in die procedure gelden. De strafzaak is afgedaan, verweren gericht tegen de beslissingen die in het kader van de strafzaak genomen moeten worden, horen in die procedure thuis en niet in de ontnemingszaak. Vgl. Hofstee in T&C Sr, tweede druk, aant. 3 op art. 36e.
tweedemiddel richt zich tegen de volgende overweging van het hof:
derdemiddel klaagt over de volgende overweging van het hof: