ECLI:NL:PHR:1999:ZD1744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 3:86 lid 3 BW bij verduistering en eigendomsrecht auto
In deze zaak gaat het om de vraag of artikel 3:86 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), dat bescherming biedt aan de oorspronkelijke eigenaar bij diefstal, ook van toepassing is in geval van verduistering. Een autobedrijf verkocht een auto onder de afspraak dat de koopprijs vooraf betaald zou worden. De koper betaalde niet en verkocht de auto door, waarna een derde partij de auto kocht. Het autobedrijf deed aangifte van verduistering en de auto werd in beslag genomen bij de derde koper.
De rechtbank oordeelde dat het autobedrijf een beter recht had op de auto en dat teruggave aan de derde koper niet redelijk en maatschappelijk verantwoord was. De derde koper beriep zich op artikel 3:86 lid 1 BW Pro, dat de verkrijger te goeder trouw beschermt, maar de rechtbank vond dat artikel 3:86 lid 3 BW Pro van toepassing was omdat sprake zou zijn van diefstal.
De Hoge Raad stelt dat artikel 3:86 lid 3 BW Pro strikt moet worden uitgelegd en alleen van toepassing is bij diefstal zoals omschreven in het Wetboek van Strafrecht. Verduistering, waarbij de oorspronkelijke eigenaar het goed vrijwillig ter beschikking stelde, valt daar niet onder. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling, waarbij moet worden vastgesteld of sprake is van diefstal of verduistering en wie het betere recht op de auto heeft.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.