ECLI:NL:PHR:2000:AA4428
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking inzake voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende motivering bevoegdheid ondertekening
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank die een voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis verleende. De Officier van Justitie had een geneeskundige verklaring overgelegd die niet door de geneesheer-directeur zelf was ondertekend, maar door een psychiater namens hem. Verzoekster betwistte de bevoegdheid van deze ondertekenaar.
De rechtbank nam aan dat de ondertekenaar gemandateerd was, maar motiveerde niet op grond waarvan deze bevoegdheid werd aangenomen. De Hoge Raad oordeelde dat dit onvoldoende is en dat de rechtbank dit had moeten motiveren, waardoor de beschikking onvoldoende gemotiveerd is en vernietigd moet worden.
De Hoge Raad overwoog verder dat mandatering van de bevoegdheid van de geneesheer-directeur tot ondertekening van de geneeskundige verklaring niet uitgesloten is, mits de geneesheer-directeur zijn verantwoordelijkheid behoudt en de mandatering niet in strijd is met de wet. De jurisprudentie die mandatering zou verbieden, ziet slechts op gevallen waarin de verklaring niet onder verantwoordelijkheid van de geneesheer-directeur werd afgegeven.
De zaak wordt verwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing. Dit arrest verduidelijkt de eisen aan de motivering van de bevoegdheid tot ondertekening van geneeskundige verklaringen in het kader van de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens onvoldoende motivering van de bevoegdheid van de ondertekenaar en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.