ECLI:NL:PHR:2000:AA4430
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis kantonrechter wegens onvoldoende motivering bij meineed
In deze zaak stond een vordering tot betaling van een koopprijs centraal, waarbij de kantonrechter had geoordeeld dat de verkoper was geslaagd in haar bewijsopdracht op basis van getuigenverklaringen. Tegen alle getuigen, waaronder de koper zelf als partijgetuige, was aangifte van meineed gedaan. De kantonrechter wachtte echter niet de uitkomst van deze aangiften af en baseerde zijn vonnis toch op deze verklaringen.
De Hoge Raad oordeelde dat dit vonnis niet voldeed aan de motiveringsvereisten van artikel 100 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Het vonnis was innerlijk tegenstrijdig en onbegrijpelijk omdat enerzijds werd vastgesteld dat er aangiften van meineed waren gedaan, maar anderzijds zonder nadere overwegingen over de gevolgen daarvan toch op de getuigenverklaringen werd vertrouwd.
De Hoge Raad verwierp de klacht dat de kantonrechter onjuiste rechtsopvattingen had, omdat dit onder artikel 100 RO Pro niet aan de orde was. De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing met een juiste motivering.
De zaak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering in vonnissen, zeker wanneer er ernstige twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen door aangiften van meineed.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.