ECLI:NL:PHR:2000:AA4606
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding bij vervuilde grond en gebruik woonboerderij
In deze zaak heeft de verkoper in augustus 1993 een woonboerderij verkocht aan de kopers, met levering gepland op 1 juli 1994, later vervroegd naar 19 april. Bij bodemonderzoek bleek de grond nabij de schuur vervuild, waardoor de koper niet zonder saneringskosten de schuur kon herbouwen voor veehouderij, zoals hij voornam. De kopers verschenen daarom niet bij de notaris op de leveringsdatum. Partijen stelden elkaar aansprakelijk en voerden rechtsmaatregelen.
De rechtbank kende de verkoper schadevergoeding toe en wees de reconventionele vordering van de kopers af, stellende dat de verkoper niet op de hoogte was van de verontreiniging en dat het houden van vee niet onder het normale gebruik van een woonboerderij viel. Het hof oordeelde anders en stelde dat het normale gebruik ook het afbreken en herbouwen van de schuur voor veehouderij omvatte, mede omdat dit aan de verkoper was meegedeeld, en dat de koper geen onderzoeksplicht had.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verkoper. Hij oordeelde dat de uitleg van de koopakte door het hof niet onbegrijpelijk was en dat de koper redelijkerwijs mocht vertrouwen op de garantie van normaal gebruik inclusief het voorgenomen gebruik. Ook de stellingen van de verkoper over eerdere kennisname van bodemonderzoek en verhuismogelijkheden werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onbegrijpelijkheid van het hof.
De uitspraak bevestigt het belang van duidelijke afspraken over het gebruik en de staat van onroerende zaken bij koop, en de reikwijdte van garanties in koopaktes.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de koper recht heeft op schadevergoeding wegens bodemverontreiniging die het normale gebruik van de woonboerderij belemmerde.