ECLI:NL:PHR:2000:AA4722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorlopige machtiging tot gedwongen psychiatrische opname ondanks motiveringsklachten
De zaak betreft een voorlopige machtiging ex artikel 2 Bopz Pro tot voortduren van het verblijf van een patiënte in een psychiatrisch ziekenhuis. De patiënte was opgenomen wegens agressie vanuit een paranoïde psychose en stelde zich bereid te zijn tot verblijf, maar ontkende schizofrenie en medicatiebehoefte.
De rechtbank verleende de voorlopige machtiging na het horen van patiënte, haar advocaat en de behandelend psychiater. De Hoge Raad toetst in cassatie uitsluitend de motivering van de rechtbank en concludeert dat de waardering van de feitelijke bereidheid en het gevaar niet onbegrijpelijk is. De rechtbank gebruikte standaardoverwegingen die in deze context toereikend zijn.
De Hoge Raad wijst erop dat de patiënte onvoldoende ziekte-inzicht heeft en dat medicatie noodzakelijk is om gevaar voor zichzelf en de omgeving te voorkomen. Ook het argument dat het gevaar buiten het ziekenhuis afgewend kan worden, wordt verworpen. De conclusie is dat het cassatieberoep faalt en de voorlopige machtiging gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging tot gedwongen opname blijft van kracht.