ECLI:NL:PHR:2000:AA4729
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Licentieovereenkomst en gevolgen vervallen octrooiaanvrage voor exclusief gebruik antislipvoorziening
De zaak betreft een licentieovereenkomst tussen eiser en verweerder over een werkwijze voor het aanbrengen van een antislipvoorziening, waarvoor meerdere octrooiaanvragen zijn ingediend. De eerste aanvraag verviel wegens het niet tijdig indienen van een verzoek tot octrooiverlening, waarna latere aanvragen werden ingediend die verbeteringen beoogden.
Eisers stelden dat door het vervallen van de eerste octrooiaanvrage de nakoming van de licentieovereenkomst onmogelijk was geworden, omdat het exclusieve recht op de uitvinding was weggevallen. De rechtbank en het hof verwierpen dit standpunt en oordeelden dat de latere aanvragen en verleende octrooien de licentierechten van eisers onverlet lieten.
In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft onderbouwd waarom de licentieovereenkomst ondanks het vervallen van de eerste aanvraag nog steeds in stand blijft. De Hoge Raad stelt dat partijen het risico van het niet verlenen of nietig verklaren van octrooien hadden kunnen voorzien, maar dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de overeenkomst pas eindigt bij het nietig worden van de laatste aanvraag. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage voor nieuwe beoordeling.