ECLI:NL:PHR:2000:AA4772
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurderschap en aansprakelijkheid bij onderhuur en toewijzing huurrechten na echtscheiding
Eiseres huurde een woning van Stichting Woningbedrijf Den Haag en stond deze met toestemming, maar zonder medeweten van de verhuurder, onderverhuur toe aan verweerder. Na vertrek van verweerder bleef diens ex-echtgenote in de woning achter, aan wie het huurrecht werd toegewezen bij echtscheidingsbeschikking. De hoofdhuurder werd veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstanden.
De hoofdhuurder vorderde vervolgens betaling van de huurachterstand en bijkomende kosten van de onderhuurder, stellende dat deze tekort was geschoten door niet te melden dat hij de woning had verlaten en dat de ex-echtgenote was achtergebleven. De rechtbank wees de vorderingen grotendeels af, stellende dat de toewijzing van het huurrecht aan de ex-echtgenote ook tegenover de verhuurder werkt en de aansprakelijkheid van de onderhuurder beëindigt.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke regeling in art. 7A:1623g lid 5 BW dwingend is en dat de toewijzing van het huurrecht aan de ex-echtgenote de aansprakelijkheid van de onderhuurder jegens de hoofdhuurder beëindigt, ook zonder dat de hoofdhuurder hiervan op de hoogte is gesteld. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de onderhuurder niet aansprakelijk zou zijn voor bijkomende kosten die het gevolg zijn van de niet-nakoming van een mededelingsplicht, en verwijst de zaak voor nader onderzoek terug.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek naar de aansprakelijkheid voor bijkomende kosten.