ECLI:NL:PHR:2000:AA4938
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw schuldenaar
De zaak betreft een verzoek van een natuurlijke persoon tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, ingediend na een faillissementsaanvraag. De rechtbank Rotterdam wees het verzoek af vanwege gegronde vrees dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet naar behoren zou nakomen en omdat hij niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden. De schuldenaar stelde in hoger beroep dat zijn schuld aan een eigen beheermaatschappij geen externe schuld was en dat hij zijn activiteiten had afgebouwd, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
De Hoge Raad toetste of het hof de juiste maatstaf had aangelegd en of essentiële stellingen waren gepasseerd. Het hof had terecht alle relevante omstandigheden betrokken, waaronder het openbaar verslag van de curator in het faillissement van een van de betrokken ondernemingen, waaruit bleek dat de schuldenaar onrechtmatig geld had onttrokken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld dat de schuldenaar niet te goeder trouw was.
Verder werd bevestigd dat de maatstaf van goede trouw in deze context een gedragsnorm betreft die misbruik van de schuldsaneringsregeling moet voorkomen. Klachten over het niet expliciet ingaan op alle bezwaren faalden omdat deze onvoldoende waren onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat het recht op een eerlijk proces niet was geschonden. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof stand hield.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.