1) Eiseres tot cassatie, [eiseres], is in 1995 begonnen met de bouw van een bedrijvencomplex te [woonplaats]. Daarbij was sprake van casco-bouw. In de te verhuren units zouden nog voorzieningen moeten worden aangebracht. Verweerders in cassatie, hierna te noemen: [verweerders], die onder de naam “Karwei-[woonplaats]” in een pand aan de Noorderdwarsvaart nr. 25 te Drachten een bouwmarkt exploiteerden, hebben begin 1996 belangstelling getoond voor de huur van een gedeelte van het hiervoor genoemde complex. Vervolgens hebben besprekingen tussen de partijen plaatsgevonden.
In de loop van februari 1996 heeft [verweerders] te kennen gegeven bereid te zijn unit 3 van gebouw 3 te gaan huren. [Eiseres] heeft een concepthuur-overeenkomst opgesteld, waarin als ontbindende voorwaarde was opgenomen ‘dat huurder uiterlijk 1 mei 1996 haar huidige locatie aan de aan de Noorderdwarsvaart 25 te Drachten heeft verkocht aan een acceptabele koper voor een minimale verkoopprijs van ƒ 2.100.000,- excl. BTW. Alle partijen zullen zich hiertoe inzetten.’ Bedoeld was als ontbindende voorwaarde op te nemen de omstandigheid dat die koop niet zou plaatsvinden.
Door de partijen is nadien overeengekomen dat de hiervoor genoemde datum van 1 mei 1996 werd gewijzigd in 1 juni 1996. Volgens een door [eiseres] bij memorie van antwoord overgelegde, aan [verweerders] gerichte brief van MBVN Projektbouw B.V. van 18 juni 1996 is door de partijen op 20 mei 1996 afgesproken ‘dat de datum in de ontbindende voorwaarde, reeds eerder verlengd tot 1 juni 1996, nu wordt verlengd tot 1 juli 1996.’
Aan de in de door [verweerders] te huren unit van het complex aan te brengen voorzieningen is door de partijen een zestal besprekingen gewijd en wel op 6 en 20 februari, 12 en 26 maart, 18 april en 15 mei 1996. Daarbij zijn afspraken gemaakt. Die afspraken zijn neergelegd in het ‘casco plus project Drachten-inbouwpakket’ gedateerd 14 mei 1996. Van dit pakket waarmee in totaal een bedrag van ƒ 600.612,- was gemoeid, zijn door [eiseres] in de periode mei-augustus 1996 voorzieningen aangebracht voor een bedrag van ƒ 196.906,50, inclusief omzetbelasting.
Nadat [verweerders] te kennen had gegeven, haar onderneming niet te willen verhuizen naar de hiervoor genoemde unit, hebben [eiseres] en NVB in september 1996 overeenstemming bereikt over de huur door NVB van deze unit. In de desbetreffende huurovereenkomst is als ontbindende voorwaarde opgenomen ‘dat verhuurder het pand aan de [adres] te [woonplaats] koopt voor de prijs van ƒ 2.000.000,- excl. BTW van de Firma Gebr. [Verweerders]’. Bedoeld is dat de huurovereenkomst wordt ontbonden, indien [eiseres] het pand aan de [adres] te [woonplaats] niet koopt voor de prijs van ƒ 2.000.000,- excl. BTW.
Medio 1996 hebben NVB en [verweerders] voor het eerst contact gehad over de overname door NVB van de onderneming van [verweerders]. Op of omstreeks 1 november 1996 heeft [verweerders] haar onderneming met de daartoe behorende activa overgedragen aan NVB, die in de door haar van [eiseres] gehuurde unit een Gamma-bouwmarkt is gaan exploiteren.
Het pand aan de [adres] te [woonplaats] is aan [eiseres] verkocht voor ƒ 2.000.000,-.