ECLI:NL:PHR:2000:AA4939
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat bouwkosten bij casco-huur voor rekening huurder komen bij wijziging huurder
In deze zaak draait het om een geschil tussen een bouwbedrijf en een vennootschap onder firma over de kosten van bouwkundige voorzieningen in een casco te verhuren bedrijfscomplex. Eiseres begon in 1995 met de bouw van het complex en sloot een huurovereenkomst met een eerste huurder, die later werd overgenomen door een andere partij (NVB).
De kern van het geschil betreft de vraag wie aansprakelijk is voor de kosten van de aangebrachte voorzieningen, die oorspronkelijk waren bedoeld voor de eerste huurder. Het hof oordeelde dat de kosten voor rekening van de huurder komen en dat de oorspronkelijke huurder erop mocht vertrouwen dat deze kosten door de nieuwe huurder zouden worden gedragen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van eiseres af. Het hof heeft volgens de Hoge Raad terecht geoordeeld dat de aard van de casco-huurovereenkomst impliceert dat bouwkosten voor rekening van de huurder komen, en dat de oorspronkelijke huurder niet aansprakelijk blijft wanneer de huurovereenkomst met een andere partij wordt gesloten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het hof-oordeel bevestigd dat bouwkosten bij casco-huur voor rekening van de huurder komen.