ECLI:NL:PHR:2000:AA5035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onverzekerd rijden op 4 september 1996
Verdachte werd door de arrondissementsrechtbank te Middelburg veroordeeld wegens het rijden zonder een geldige verzekering op 4 september 1996. De rechtbank stelde vast dat verdachte omstreeks 14:17 uur zonder verzekering reed, ondanks dat later een verzekering met terugwerkende kracht werd afgesloten.
Verdachte voerde in cassatie aan dat zij wel verzekerd was op die datum, gebaseerd op een verklaring ex art. 34 WAM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de tenlastelegging juist was uitgelegd en dat het tijdstip van 14:17 uur doorslaggevend was voor de bewezenverklaring.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het achteraf afsluiten van een verzekering geen invloed heeft op het feit dat op het moment van rijden geen verzekering van kracht was. Dit is van belang voor de dekking van eventuele schade veroorzaakt op dat tijdstip.
De Hoge Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de veroordeling terecht is opgelegd, met een geldboete en vervangende hechtenis als straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het rijden zonder verzekering op 4 september 1996 met een geldboete en vervangende hechtenis.