ECLI:NL:PHR:2000:AA5167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rekenmethode voor draagkracht bij alimentatie na echtscheiding
De vrouw en de man zijn in 1990 gehuwd en in 1998 gescheiden. De rechtbank bepaalde een alimentatieverplichting van de man aan de vrouw van 1.225 gulden per maand. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde een lagere alimentatie vast, waarbij het fiscale voordeel van de alimentatie aan een eerdere echtgenote werd meegenomen in de draagkrachtberekening.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze rekenmethode, stellende dat deze onbillijk is omdat zij leidt tot een lagere draagkracht voor alimentatie aan twee ex-echtgenotes dan aan één. De Hoge Raad concludeert dat de vrouw niet voldoende heeft onderbouwd waarom de methode onbillijk zou zijn en wijst het beroep af.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter bij het vaststellen van draagkracht en behoefte geen hoge motiveringsvereisten heeft en dat de gebruikte methode algemeen gebruikelijk is. Ook het feit dat de man geen verweer heeft gevoerd, speelt mee in de beslissing. De klacht over de door het hof meegewogen factor van een levensverzekeringpremie wordt eveneens verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de door het hof toegepaste rekenmethode voor alimentatie blijft gehandhaafd.