ECLI:NL:PHR:2000:AA5201
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens schending vrijheid van meningsuiting bij verkoop posters zonder vergunning
De verdachte werd veroordeeld voor het zonder vergunning uitoefenen van kleinhandel door het verkopen van posters in Haarlem, in strijd met artikel 83 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Haarlem. Het hof oordeelde dat de posters geen gedachten of gevoelens openbaarden zoals bedoeld in artikel 7 van Pro de Grondwet, en verwierp het verweer dat het verkopen van de posters viel onder de vrijheid van meningsuiting.
De Hoge Raad herzag deze beoordeling en stelde vast dat het hof onvoldoende rekening hield met de bescherming van artistieke uitingen onder artikel 10 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hoewel de posters mogelijk niet hoog artistiek werden gewaardeerd, vielen zij onder de vrijheid van meningsuiting en was het ventverbod niet proportioneel toegepast.
De Hoge Raad concludeerde dat de strafbaarstelling van het venten van de posters een onrechtmatige inbreuk op de vrijheid van meningsuiting vormde. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en sprak de verdachte vrij van alle rechtsvervolging. Hiermee werd bevestigd dat de bescherming van uitingsvrijheid ook geldt voor het verspreiden van gedrukt materiaal met artistieke of ideële inhoud, ook als dat zonder vergunning gebeurt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens schending van de vrijheid van meningsuiting bij het zonder vergunning verkopen van posters.