ECLI:NL:PHR:2000:AA5322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indirect onderscheid in bijstandsregeling inzake scholingsbesluit en gelijke behandeling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van het Hof Arnhem over de toepassing van het Scholingsbesluit in relatie tot het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen binnen de sociale zekerheid.
De centrale vraag was of het onderscheid in het Scholingsbesluit, waarbij bijstand wordt beëindigd bij aanvang van wetenschappelijk dagonderwijs maar niet bij avondonderwijs, indirect discrimineert op grond van geslacht, aangezien meer vrouwen dan mannen hoofd zijn van een éénoudergezin en daardoor minder gelegenheid hebben avondonderwijs te volgen.
Het hof stelde vast dat dit onderscheid inderdaad meer vrouwen treft, maar dat dit indirecte onderscheid gerechtvaardigd is door de doelstelling van het Scholingsbesluit, namelijk het bevorderen van arbeidsinschakeling. Het hof achtte het middel geschikt en noodzakelijk, mede gezien de mogelijkheid tot schriftelijk onderwijs en open universiteit.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het beleid in algemene zin een rechtvaardiging biedt voor het indirecte onderscheid, ook al had de verzoekster persoonlijk geen redelijke arbeidsmogelijkheden kunnen vinden na haar studie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal en het oordeel van de Hoge Raad bevestigen dat het Scholingsbesluit niet in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling, gelet op de doelstellingen van het sociale zekerheidsbeleid.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het Scholingsbesluit wordt als gerechtvaardigd beoordeeld ondanks indirect onderscheid.