ECLI:NL:PHR:2000:AA5410
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging gezag en omgangsregeling met aangepaste kinderalimentatie
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het ouderlijk gezag, omgangsregeling en kinderalimentatie na echtscheiding. De moeder had in eerste aanleg en hoger beroep verzoeken gedaan om het gezag over het kind toe te wijzen en kinderalimentatie vast te stellen. De vader stelde subsidiair een omgangsregeling en wijziging van het gezag voor.
Het hof heeft in hoger beroep het gezag aan de moeder toegewezen, een omgangsregeling vastgesteld en de kinderalimentatie verhoogd naar ƒ 450 per maand met ingang van 1 april 1999. De moeder stelde cassatie in tegen deze beschikking, met name tegen de ontvankelijkheid van het verzoek van de vader in hoger beroep, de motivering van het hof omtrent omgang en gezag, en de vaststelling van de alimentatie.
De Hoge Raad oordeelt dat verzoeken om nevenvoorzieningen, waaronder omgangsregelingen, ook voor het eerst in hoger beroep kunnen worden gedaan, ook zonder instemming van de wederpartij. Het hof heeft de moeder niet in haar verdediging geschaad door het verzoek van de vader. Verder is het oordeel van het hof dat de moeder zonder gegronde reden het contact tussen vader en kind heeft tegengehouden niet onbegrijpelijk. Ten slotte bevestigt de Hoge Raad dat de vastgestelde kinderalimentatie van ƒ 450 per maand met ingang van 1 april 1999 geldt en dat het hof kennelijk heeft besloten geen terugwerkende kracht toe te kennen, waarbij de Hoge Raad de omissie in het dictum kan herstellen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofbesluit over gezag, omgang en kinderalimentatie vanaf 1 april 1999.