ECLI:NL:PHR:2000:AA5591
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing art. 11a HPW bij all-in huurprijs en wijzigt berekening verschuldigd bedrag
Verweerder huurde vanaf november 1989 tot juni 1993 een woning van Verzicht tegen een all-in huurprijs van f 565,- per maand. De huurcommissie verklaarde een verzoek tot huurprijsverlaging niet-ontvankelijk. Na betaling van de huurprijs tot september 1992, betaalde verweerder een lagere huurprijs plus voorschot voor bijkomende kosten.
De kantonrechter veroordeelde Verzicht tot betaling van het verschil tussen betaalde en redelijke huurprijs, en verklaarde een beding over voorschotten deels nietig. De rechtbank vernietigde dit vonnis deels en stelde een nieuw bedrag vast. Verzicht stelde cassatieberoep in tegen meerdere vonnissen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht uitging van art. 11a HPW zoals dat tot 1994 gold, waarbij bij een all-in huurprijs de minimale redelijke huurprijs wordt vastgesteld volgens het puntenstelsel. De rechtbank heeft ook terecht geoordeeld dat de kosten voor leveringen en diensten als servicekosten moeten worden aangemerkt. Het cassatiemiddel faalde en de Hoge Raad wijzigde het verschuldigde bedrag tot f 9.742,65, te vermeerderen met wettelijke rente, en veroordeelde Verzicht in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijzigt het verschuldigde bedrag tot f 9.742,65 en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.