ECLI:NL:PHR:2000:AA5656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van klager in beklag tegen niet-vervolging ministers wegens ambtsmisdrijven
Klager diende bij het Gerechtshof Amsterdam een klaagschrift in op grond van artikel 12 Sv Pro tegen het niet vervolgen van twee ministers wegens vermeende ambtsmisdrijven. Het Hof verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat hij geen rechtsmacht heeft om de vervolging van ministers te gelasten, aangezien dit uitsluitend kan geschieden bij Koninklijk besluit of besluit van de Tweede Kamer, conform artikel 119 Grondwet Pro en relevante wetgeving.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie die deze rechtsopvatting bevestigt. Gezien deze rechtspositie werd klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag. Een nader onderzoek of oproeping van klager was niet nodig. Hiermee werd de klacht over het niet vervolgen van ministers formeel afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag wegens gebrek aan rechtsmacht van de Hoge Raad om vervolging van ministers te gelasten.