ECLI:NL:PHR:2000:AA5733
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over strafbaarheid van bedrijfsmatig voorhanden hebben van auteursrechtelijk beschermde cd’s en videobanden
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden wegens bedrijfsmatig ter verspreiding voorhanden hebben van cd’s en videobanden met inbreuk op auteursrecht. De verdediging stelde dat niet was bewezen dat de cd’s en videobanden illegaal waren vervaardigd, mede omdat zij mogelijk in landen zonder strafrechtelijke auteursrechtbescherming waren geproduceerd.
Het hof verwierp dit verweer op basis van verklaringen van opsporingsdiensten en rechthebbenden, zonder zich te verdiepen in de vraag of de vervaardiging in een land zonder auteursrechtelijke bescherming had plaatsgevonden. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet juist was, omdat volgens eerdere jurisprudentie de vraag waar de kopieën vervaardigd zijn relevant is voor het bepalen van inbreuk.
De Hoge Raad concludeerde dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde het arrest. De zaak werd verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling van het cassatieberoep. Hiermee werd benadrukt dat het ter verspreiding voorhanden hebben van werken slechts strafbaar is indien het gaat om illegaal vervaardigde kopieën, waarbij de plaats van vervaardiging van belang is.
Uitkomst: Arrest van het hof Arnhem vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent illegale vervaardiging van cd’s en videobanden; zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling.