ECLI:NL:PHR:2000:AA5783
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid exoneratiebeding in aansprakelijkheid bij brandschade door laswerkzaamheden
In deze zaak staat centraal de aansprakelijkheid van een installateur ([verweerster]) voor brandschade veroorzaakt tijdens laswerkzaamheden in een champignonkwekerij van [eiseressen 2]. De schade bedroeg ruim ƒ350.000, terwijl de aansprakelijkheid op grond van art. 11.5 ALIB-voorwaarden beperkt was tot 15% van de aannemingssom.
De rechtbank wees het beroep op deze exoneratieclausule af, maar het hof stelde vast dat het beroep op art. 11.5 terecht was en dat ook [eiseressen 2] een eigen schuld had, waardoor de aansprakelijkheid werd beperkt. Het hof motiveerde zijn oordeel uitgebreid, waarbij het rekening hield met de aard van de exoneratie, de positie van [eiseressen 2] als ondernemer, de verzekeringsdekking van partijen, en de schuldverdeling.
In cassatie werd betoogd dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met diverse omstandigheden, zoals de eenzijdige opstelling van de voorwaarden, de kleine ondernemerspositie van [eiseressen 2], de omvang van de schade, en de verzekeringsargumenten. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof deze omstandigheden wel degelijk heeft meegewogen en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is. Ook de eigen schuld van [eiseressen 2] werd terecht betrokken in de causaliteitsafweging.
Het arrest bevestigt de vaste jurisprudentie dat een exoneratiebeding niet snel onaanvaardbaar is als het risico redelijkerwijs verzekerbaar is en partijen verzekerd waren. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het oordeel van het hof dat het beroep op de exoneratieclausule niet in strijd is met redelijkheid en billijkheid.
Uitkomst: Het beroep op de exoneratieclausule is niet onaanvaardbaar en beperkt de aansprakelijkheid tot 15% van de aannemingssom.