ECLI:NL:PHR:2000:AA5803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Koninklijke Marechaussee bij controle naleving Vuurwerkbesluit in samenwerking met politie
In deze zaak werd de verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor het bezit van grote hoeveelheden vuurwerk die niet voldeden aan de wettelijke eisen. De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de verbalisant, een wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee, niet bevoegd was op te treden omdat er geen ministeriële aanwijzing was voor de bijstand aan de politie bij de controle op het Vuurwerkbesluit.
Het hof oordeelde dat de Koninklijke Marechaussee bevoegd was omdat de controle plaatsvond in het kader van een politieproject gericht op grensoverschrijdende criminaliteit, waarbij de marechaussee schriftelijk was aangewezen om bijstand te verlenen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat zonder ministeriële regeling geen sprake kon zijn van bevoegdheid.
De Hoge Raad benadrukte dat de assistentieverlening door de marechaussee valt onder de bijstand als bedoeld in de Politiewet 1993, en dat de samenwerking met de politie in dit geval correct was geregeld. Hoewel de Hoge Raad een juridische nuance aanbracht over de interpretatie van assistentieverlening versus bijstand, achtte hij het cassatiemiddel ongegrond en liet de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bevoegdheid van de Koninklijke Marechaussee tot optreden en wijst het cassatieberoep af.