ECLI:NL:PHR:2000:AA5949
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat stilzwijgen over gewijzigde bouwplanning leidt tot verval contractuele boete
In deze civiele zaak tussen Technische Handelsonderneming Bohaco B.V. en Bouwbedrijf Gebroeders [verweerder] B.V. stond centraal of de oorspronkelijke opleveringsdatum van een bedrijfsgebouw en de daaraan gekoppelde contractuele boete van f 1.000,- per dag waren komen te vervallen. De opdracht was in mei 1992 gegeven met een oplevering uiterlijk twee weken na 30 november 1992.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de tekortkomingen van [verweerder] ontbinding niet rechtvaardigden en wees de vordering tot schadevergoeding grotendeels af, behalve de herstelkosten. Later concludeerde de rechtbank dat de oorspronkelijke opleveringsdatum niet uitdrukkelijk was losgelaten. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat uit getuigenverklaringen bleek dat de oorspronkelijke planning door partijen was losgelaten vanwege coördinatieproblemen, maar dat Bohaco niet expliciet had aangegeven dat ook de boete verviel.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat Bohaco door haar stilzwijgen de aannemer mocht laten vertrouwen dat zowel de oorspronkelijke opleveringsdatum als de boeteclausule waren komen te vervallen. De cassatie werd verworpen, waarmee de contractuele boete niet werd toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de contractuele boete niet toewijsbaar is vanwege het stilzwijgen van de opdrachtgever over het loslaten van de opleveringsdatum.