ECLI:NL:PHR:2000:AA6161

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C98/288HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing bewijsaanbod wegens gebrek aan realiteitsgehalte

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep van eiseres Sneek B.V. verworpen. Het geschil betrof de beoordeling van een bewijsaanbod dat door het gerechtshof te 's-Gravenhage was gepasseerd omdat het onvoldoende was gespecificeerd en geen realiteitsgehalte bezat.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de door eiseres overgelegde stukken en argumenten volstrekt gespeend waren van realiteitsgehalte en als loze beweringen moesten worden aangemerkt. Hierdoor had eiseres niet voldaan aan haar stelplicht en was het bewijsaanbod niet ter zake dienend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal onderschreef deze beoordeling en stelde dat de motiveringsklachten van eiseres geen grond boden voor cassatie. Het arrest bevestigt daarmee het belang van een voldoende gespecificeerd en realistisch bewijsaanbod in civiele procedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Conclusie

Mr. Hartkamp
Conclusie inzake
nr. C98/288 HR [Eiseres] Sneek B.V.
zitting 17 maart 2000 Tegen
Het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam Werkvoorzieningschap Binnen-hof
Edelhoogachtbaar College,
Onderdeel I van het tijdig voorgestelde, uit twee on-derdelen bestaande cassatiemiddel klaagt in zijn drie sub-onderdelen over r.o. 8 van het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 mei 1998, waarin het hof het be-wijsaanbod van [eiser] als niet terzake dienend resp. onvoldoende gespecificeerd heeft gepasseerd. Ik meen dat deze klacht faalt. Het hof heeft blijkens zijn r.o. 4 en 5 de door [eiser] geproduceerde stukken en argu-menten voor het bestaan van de gestelde overeenkomst kenne-lijk aangemerkt als volstrekt gespeend van realiteitsgehal-te (vgl. in iets ander verband A-G Koopmans voor HR 8 juli 1992, NJ 1992, 713) of, anders gezegd, als loze beweringen, zodat zij niet heeft voldaan aan haar stelplicht en het bewijsaanbod niet terzake dienend is. M.i. geeft die over-weging niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is zij geenszins onbegrijpelijk.
Dat ook de motiveringsklachten van onderdeel II falen behoeft m.i. geen toelichting.
Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
(Advocaat-Generaal)