ECLI:NL:PHR:2000:AA6191
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak beroepsmatige rassendiscriminatie en verwijst zaak terug
De verdachte werd door de rechtbank Groningen vrijgesproken van beroepsmatige rassendiscriminatie wegens het weigeren van toegang tot een bar-dancing voor bewoners van een vertrekcentrum te Ter Apel. De officier van Justitie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak.
De Hoge Raad onderzocht of de rechtbank een juiste uitleg had gegeven aan het begrip 'ras' in art. 429quater Sr. De rechtbank had geoordeeld dat het onderscheid op grond van het woonadres van de geweigerde personen buiten het bereik van het begrip 'ras' valt. De Hoge Raad oordeelde dat dit een onjuiste uitleg was, omdat indirecte rassendiscriminatie ook strafbaar is en het weigeren van toegang aan bewoners van het vertrekcentrum indirect een onderscheid naar ras inhoudt.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank van iets anders had vrijgesproken dan was tenlastegelegd, waardoor het cassatieberoep ontvankelijk is. Het middel van de officier van Justitie slaagt en de zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het gerechtshof te Leeuwarden voor een nieuwe berechting.
De uitspraak verduidelijkt de ruime uitleg van het begrip 'ras' in het strafrecht en bevestigt dat indirecte rassendiscriminatie onder art. 429quater Sr valt, ook wanneer het onderscheid wordt gemaakt op basis van woonplaats die samenhangt met etnische afkomst.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste uitleg van het begrip 'ras'.