ECLI:NL:PHR:2000:AA6200
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel en herroeping fiscale toezegging inzake provisies
De zaak betreft een assurantietussenpersoon die provisies aan eigen werknemers doorbetaalde zonder inhouding van loonbelasting en premies. Tijdens een boekenonderzoek gaf een belastingambtenaar zonder voorbehoud aan dat deze provisies onbelast waren. De belanghebbende informeerde haar personeel hierover. Twee dagen later trok de Belastingdienst deze toezegging in en legde een naheffingsaanslag op.
Het geschil betrof de vraag of de Belastingdienst hiermee in strijd handelde met het vertrouwensbeginsel. Het Hof stelde de belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat sprake was van een bewuste standpuntbepaling waar de fiscus aan gebonden is, ook als deze tegen de wet ingaat, tenzij de toezegging duidelijk onjuist is.
De staatssecretaris voerde aan dat de toezegging onverwijld was herroepen en dat het vertrouwen daardoor niet bestond. De Hoge Raad verwierp dit verweer, stellende dat herroeping niet met terugwerkende kracht mogelijk is en dat het vertrouwen twee dagen heeft bestaan. De conclusie luidt dat het cassatieberoep verworpen moet worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen; de fiscus is gebonden aan haar toezegging over de onbelaste provisies.