ECLI:NL:PHR:2000:AA6253
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hondenbelasting en vrijstelling buitengebied in gemeente Hellendoorn niet in strijd met gelijkheidsbeginsel
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Hof Arnhem over de hondenbelasting in de gemeente Hellendoorn. Sinds 1993 wordt in deze gemeente hondenbelasting geheven, waarbij sinds 1996 houders van honden in het buitengebied zijn vrijgesteld van deze belasting. Belanghebbende, een houder van een hond in het buitengebied, betoogt dat deze vrijstelling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur.
De Hoge Raad analyseert de rechtsgrond en het karakter van de hondenbelasting, waarbij wordt vastgesteld dat het vooral een fiscale heffing is met een zuiver fiscaal doel, maar ook een bescheiden regulerende functie kan hebben. De gemeente Hellendoorn beschouwt de hondenbelasting als een bestemmingsbelasting, waarbij de opbrengsten worden gebruikt voor voorzieningen ter bestrijding van overlast door honden binnen de bebouwde kom.
De Hoge Raad oordeelt dat het onderscheid tussen hondenhouders binnen de bebouwde kom en in het buitengebied een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft, omdat honden in het buitengebied naar verwachting weinig tot geen overlast veroorzaken. Het gebruik van het bestemmingsplan Buitengebied 1995 als afbakening is niet willekeurig. Hoewel het middel van belanghebbende deels gegrond zou kunnen zijn, leidt dit niet tot cassatie omdat het rechtstekort niet bij hem is ontstaan maar bij de vrijstelling zelf, en de rechter niet bevoegd is deze vrijstelling te wijzigen. Het beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen; de vrijstelling voor houders van honden in het buitengebied blijft gehandhaafd.