ECLI:NL:PHR:2000:AA6827

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 augustus 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
323-99-V
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Regeling meetmiddelen politie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt boete wegens ontbreken wettelijke basis voor laserapparatuur politie

De zaak betreft een beroep tegen een boete voor een snelheidsovertreding vastgesteld met een lasergun. Verzoeker stelde dat het gebruik van laserapparatuur door de politie op de datum van de overtreding niet wettelijk was toegestaan, omdat deze apparatuur niet was opgenomen in de geldende Regeling meetmiddelen politie.

De kantonrechter verwierp dit verweer, stellende dat de lasergun sinds 2 oktober 1997 was geijkt en toegelaten als meetmiddel. De Hoge Raad oordeelde echter dat de technische eisen waaraan de lasergun moet voldoen niet in de bijlage bij de Regeling meetmiddelen politie waren opgenomen, maar slechts in een conceptregeling die nog niet van kracht was.

Hierdoor ontbrak de wettelijke basis voor het gebruik van de lasergun als bewijs voor snelheidsovertredingen. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beslissing en de beslissing van de officier van justitie en bepaalde dat het door verzoeker gestelde zekerheidsbedrag moest worden gerestitueerd.

Daarnaast verwierp de Hoge Raad de klacht dat verzoeker niet voldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunt toe te lichten, omdat dit niet uit het proces-verbaal bleek. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke wettelijke grondslag voor politie-instrumenten en de zorgvuldigheid van de rechtspraak in eerste aanleg.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de boete omdat het gebruik van laserapparatuur door de politie geen wettelijke basis had.

Conclusie

Mr Jörg
Nr. 0323-99-V Conclusie inzake:
Parket, 18 april 20000 [verzoeker=betrokkene]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van de kantonrechter te Amsterdam van 7 januari 1999, waarbij deze het beroep van verzoeker tegen de ongegrondverklaring van het administratief beroep tegen de oplegging van een boete van ƒ 330,- ter zake van een op 28 maart 1998 begane snelheidsovertreding ongegrond heeft verklaard.
2. In zijn beroepschrift in cassatie klaagt verzoeker erover dat de snelheidsovertreding is geconstateerd met behulp van laserapparatuur en dat voor het gebruik van deze apparatuur geen wettelijke basis aanwezig is.
3. De in het zaakoverzicht opgenomen toelichting van de verbalisant houdt onder meer in:
“De gereden snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel.
De gemeten snelheid: 141 km per uur
Geconstateerde/gecorrigeerde snelheid: 136 km per uur
Toegestane snelheid: 100 km per uur
Merk/soort meetmiddel: pro laser.() De geconstateerde snelheid is het resultaat van een uitgevoerde correctie op de gemeten lasersnelheid,1 overeenkomstig de richtlijnen van de VECOM.”
4. In het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie - die zodanig elliptisch is geformuleerd dat men er niet uit kan opmaken of aan de zaak van verzoeker andere dan geautomatiseerde aandacht is besteed - heeft verzoeker onder meer aangevoerd:
“Ik ben het niet eens met uw beslissing omdat (volgens mijn informatie) op de ‘pleegdatum’ van genoemde overtreding het gebruik door de politie van laserapparatuur niet officieel was toegestaan voor het vaststellen van snelheidsovertredingen.”
5. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de kantonrechter houdt onder meer in:
“Betrokkene licht ter terechtzitting het beroepschrift als volgt toe:
De laser is volgens mij een nog niet bij de wet toegestaan meetmiddel. Dit meetmiddel was ten tijde van de geconstateerde gedraging niet in de wet opgenomen. De laser ontbeert derhalve wettelijke basis. Er wordt kennelijk aan gewerkt, maar het is nog niet zover. Verweerder licht zijn opvatting als volgt toe: Sedert 2 oktober 1997 is de laser-gun geijkt en vanaf die datum een toegelaten meetmiddel.”
6. De kantonrechter heeft in de bestreden beslissing naar aanleiding van dit verweer als volgt overwogen:
“() Voorts verdedigt [betrokkene] dat volgens zijn informatie op de betreffende datum het gebruik van laserapparatuur door de politie ter vaststelling van een gereden snelheid wettelijke basis ontbeerde. () Betrokkene heeft zich voorts erop beroepen dat de gebruikte meetapparatuur niet is vermeld in het Meetmiddelenbesluit, zodat de meting niet rechtsgeldig is. Dit beroep wordt verworpen aangezien de apparatuur voldoet aan de wettelijke normen blijkens onderzoek door het Nederlands Meetinstituut op 2 oktober 1997, zoals de officier van justitie ter zitting heeft aangevoerd.”
7. Op de onderhavige zaak is van toepassing de op 12 juli 1997 in werking getreden Regeling meetmiddelen politie (regeling van 7 juli 1997, Stcrt. 1997, 129). In deze Regeling is neergelegd van welke meetmiddelen de politie zich mag bedienen teneinde onder meer snelheidsovertredingen te constateren. Art. 1 Regeling Pro meetmiddelen politie luidt, voorzover te dezen van belang:
“Voor het gebruik van de volgende meetmiddelen moet een verklaring van een onderzoek zijn afgegeven door het Nederlands Meetinstituut NMi N.V. waaruit blijkt, dat deze voldoen aan de eisen als vermeld in de bijlage behorende bij deze regeling: a. snelheidscontrolemeters ().”
8. Dat een lasersnelheidsmeter een snelheidscontrolemeter is als bedoeld in art. 1 sub a Regeling Pro meetmiddelen politie spreekt in zekere zin voor zichzelf, maar wordt ook bevestigd door de - zij het nog in een conceptstadium verkerende - Voorschriften meetmiddelen Politie (versie 25a). Een lasersnelheidsmeter (in de wandeling ook wel lasergun genoemd) is een “meetinstrument voor het meten van snelheid van voertuigen, waarbij gebruik wordt gemaakt van door het voertuig gereflecteerd laserlicht” (punt 12.1 van die conceptregeling).
9. Een meetmiddel mag ingevolge de aanhef van art. 1 Regeling Pro meetmiddelen politie slechts gebruikt worden als daarvoor een verklaring van een onderzoek is afgegeven door het Nederlands Meetinstituut waaruit blijkt dat het meetmiddel voldoet aan de eisen als vermeld in de Bijlage bij die regeling. Die Bijlage, zo wordt na art. 7 vermeld Pro, wordt niet in de Staatscourant geplaatst, maar ligt ter inzage op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In die Bijlage, die op 7 juli 1997 aan de Minister van Binnenlandse Zaken bekend is, zijn de eisen waaraan een lasersnelheidsmeter dient te voldoen evenwel niet opgenomen.
10. Uit door mij ingewonnen informatie bij het Ministerie van Justitie en het Nederlands Meetinstituut is gebleken dat de eisen waaraan een lasersnelheidsmeter moet voldoen zijn neergelegd in paragraaf 12 van de Voorschriften meetmiddelen Politie (versie 25a). Deze voorschriften hebben, als gezegd, evenwel de status van conceptregeling en zijn nog niet van kracht. Desondanks geeft het Nederlands Meetinstituut een verklaring van een onderzoek af indien een lasersnelheidsmeter voldoet aan de in deze conceptregeling gestelde eisen en worden deze lasersnelheidsmeters door de politie gebruikt ter constatering van snelheidsovertredingen.
11. Deze gang van zaken kan niet door de beugel. De eisen waaraan een lasersnelheidsmeter dient te voldoen zijn immers niet opgenomen in de bovengenoemde Bijlage bij de Regeling meetmiddelen politie van 7 juli 1997. Dus mag ingevolge de aanhef van art. 1 van Pro die Regeling (voor het wettige bewijs van een snelheidsovertreding) geen gebruik worden gemaakt van dit meetmiddel, waarvan de technische eisen zich nog slechts in het conceptstadium bevinden. Dat de lasersnelheidsmeter blijkens onderzoek door het Nederlands Meetinstituut voldoet aan “de wettelijke normen”, aldus de kantonrechter, berust dan ook op een onjuiste opvatting bij de kantonrechter omtrent de status van de Voorschriften meetmiddelen Politie (versie 25a).
12. De Voorschriften meetmiddelen Politie liggen, anders dan de huidige Bijlage bij de Regeling meetmiddelen politie, niet ter inzage op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Voor het kennisnemen van de eisen waaraan de lasersnelheidsmeter dient te voldoen bestaat dus geen officiële mogelijkheid.
13. Op grond van het vorenoverwogene acht ik verzoekers klacht dat het gebruik van laserapparatuur door de politie ter vaststelling van een gereden snelheid wettelijk basis ontbeert gegrond.
14. Voor de volledigheid ga ik nog kort in op de klacht van verzoeker dat hij tijdens de terechtzitting bij de kantonrechter niet voldoende in de gelegenheid zou zijn gesteld om zijn standpunt volledig uiteen te zetten.
15. De bestreden beslissing en het van de terechtzitting opgemaakte proces-verbaal vormen voor de Hoge Raad de enige kenbron van hetgeen ter terechtzitting van de kantonrechter van 7 januari 1999 is voorgevallen (vgl. HR 15 februari 2000, nr. 370-99-V). In die stukken is geen steun te vinden voor verzoekers stelling dat hij onvoldoende in de gelegenheid zou zijn gesteld om zijn verhaal te doen, zodat de dienaangaande opgeworpen klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag faalt. Dat wil niet zeggen dat hetgeen verzoeker aanvoert niet juist zou kunnen zijn. Dit zou dan te betreuren zijn omdat de eerstelijns rechtspraak, in het bijzonder die door alleensprekende rechters, het visitekaartje van Justitie is.
16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing, de beslissing van de Officier van Justitie en de inleidende beschikking en tot restitutie van hetgeen door verzoeker tot zekerheid is gesteld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Bedoeld zal zijn: de met de laser gemeten snelheid, en niet: de snelheid van de laser.