ECLI:NL:PHR:2000:AA7042
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verhaal bijstandskosten en alimentatieplicht na stopzetting betalingen wegens vermeende samenwoning
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Hilversum en een man over de vraag vanaf welk moment de gemeente verhaal kan nemen op de man voor bijstandskosten die zij aan zijn ex-echtgenote heeft betaald. De man was alimentatieplichtig, maar stopte de betalingen in 1991 omdat hij meende dat de vrouw samenwoonde als ware zij gehuwd, waardoor zijn verplichting zou zijn vervallen op grond van art. 1:160 BW Pro.
De gemeente stelde verhaal in op de man voor bijstandskosten vanaf 1996, maar de man betwistte dit en stelde dat de alimentatieplicht was geëindigd in 1991. De rechtbank en het hof hebben het bewijs beoordeeld en geoordeeld dat de vrouw niet samenwoonde en dat de alimentatieplicht dus bleef bestaan. Het hof bepaalde dat de gemeente verhaal mocht nemen vanaf 12 maart 1998, het moment waarop de bewijslevering over het ontbreken van samenwoning was afgerond.
De Hoge Raad bevestigt dat het verhaal van bijstandskosten pas kan ingaan vanaf het moment dat de alimentatieplichtige op zijn verplichting wordt gewezen en rekening moet houden met het falen van zijn beroep op art. 1:160 BW Pro. De Hoge Raad wijst ook op het belang van het vertrouwensbeginsel en het feit dat de gemeente te lang heeft gewacht met het starten van het verhaal. Het beroep van de gemeente op een eerdere ingangsdatum wordt verworpen, evenals het incidenteel beroep van de man.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat verhaal van bijstandskosten pas mogelijk is vanaf 12 maart 1998.