ECLI:NL:PHR:2000:AA7105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid verzet tegen faillissementsvonnis en toepassing betekeningverdrag
De vennootschap onder firma Jerusalem Bakery B.V. en haar beherende vennoten zijn bij vonnis van 28 september 1999 failliet verklaard. Dit vonnis is op 17 december 1999 betekend aan een vennoot in België. Vervolgens heeft deze vennoot op 24 december 1999 verzet ingesteld tegen het vonnis.
De rechtbank verklaarde het verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de in de Faillissementswet voorgeschreven termijn van één maand voor het instellen van verzet, aangezien de schuldenaar zich tijdens de uitspraak niet binnen Nederland bevond. Het hof bekrachtigde deze beslissing bij arrest van 7 maart 2000.
De Hoge Raad overweegt dat het Verdrag inzake de betekening en kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke stukken van 1965 van toepassing is, maar dat de schuldenaar geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een nieuwe termijn te verzoeken. Ook is het verweer dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden ongegrond, omdat het hof niet bevoegd was dit te beoordelen zolang het verzet niet ontvankelijk is verklaard. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzet tegen het faillissementsvonnis blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn.