ECLI:NL:PHR:2000:AA7154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermindering Nederlandse successierecht bij verkrijging vordering met situs Aruba
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem over de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) inzake successierecht. De belanghebbende, wonende op Aruba, erfde een vordering verzekerd door hypotheek op onroerende zaken gelegen op Aruba van haar in Nederland woonachtige moeder.
De kern van het geschil is de omvang van de vermindering van het Nederlandse successierecht die de belanghebbende kan claimen. De belanghebbende stelt aanspraak te maken op een vermindering gelijk aan het deel van het Nederlandse successierecht dat toe te rekenen is aan de verkrijging van de vordering. De Inspecteur verleende echter slechts een vermindering ter grootte van de in Aruba geheven successiebelasting.
De Hoge Raad bevestigt dat op grond van art. 27 en Pro 28 BRK het domicilieland Nederland het recht heeft om successierecht te heffen over de gehele verkrijging, maar dat het een vermindering moet toepassen die gelijk is aan het bedrag van de in het situsland Aruba geheven belasting over de bestanddelen die Aruba mag belasten. De uitleg van de belanghebbende dat de vermindering ook het Nederlandse successierecht omvat, wordt verworpen. De regeling voorkomt dubbele belasting door een vermindering toe te kennen die niet hoger is dan de in het andere land geheven belasting.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee het arrest van het hof dat de vermindering beperkt is tot de Arubaanse successiebelasting over de vordering.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vermindering van het Nederlandse successierecht beperkt is tot de in Aruba geheven successierechten.