ECLI:NL:PHR:2000:AA7235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks bezwaren over onpartijdige jury door perspubliciteit in Schotland
De zaak betreft het cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering van een persoon aan het Verenigd Koninkrijk deels toelaatbaar en deels ontoelaatbaar verklaarde. De betwisting richtte zich op de toelaatbaarheid van uitlevering met betrekking tot de aanklachten van forcible confinement en murder, waarbij de verdediging stelde dat door overvloedige negatieve perspubliciteit in Schotland geen onpartijdige jury kan worden samengesteld, wat een schending van het recht op een fair trial (artikel 6 EVRM Pro) zou betekenen.
De verdediging verzocht om aanhouding van de procedure om een deskundige, professor Christopher Gane, te horen over de risico's van beïnvloeding van de jury door media. Dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen omdat een algemene toetsing van het rechtsstelsel van de verzoekende staat niet past in een uitleveringsprocedure, tenzij er concrete aanwijzingen zijn voor een uitgesloten fair trial, welke in deze zaak niet werden gevonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de gestelde omstandigheden geen aanzienlijk risico opleveren voor een flagrante schending van het recht op een fair trial. De rechtbank had bovendien terecht gewezen op de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging van media onder de Contempt of Court Act 1981 en op de mogelijkheid van beroep op het Europese Hof. De beoordeling of uitlevering moet worden geweigerd wegens schending van fundamentele rechten behoort toe aan de Minister van Justitie en niet aan de uitleveringsrechter. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Schotland wordt als toelaatbaar bevestigd.